ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0554
Rechtbank Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.G. Dijkstra-de Vries
- U. van Houten
- F. Koster
- Rechtspraak.nl
Vakantierechten onderwijsgevende tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
De zaak betreft een geschil tussen een onderwijsgevende en haar werkgever, een vereniging voor christelijk basisonderwijs, over de toekenning van vakantiedagen die samenvielen met zwangerschaps- en bevallingsverlof in 1999.
De onderwijsgevende had gedurende zes weken zwangerschaps- en bevallingsverlof dat samenviel met de schoolvakantie. De werkgever stelde dat deze dagen als vakantiedagen konden worden aangemerkt, terwijl de onderwijsgevende dit betwistte. De kantonrechter oordeelde dat deze dagen niet als vakantiedagen konden worden beschouwd en dat de onderwijsgevende recht had om deze dagen buiten de schoolvakanties op te nemen.
De vereniging ging in hoger beroep, maar de rechtbank Leeuwarden bevestigde het vonnis van de kantonrechter. De rechtbank benadrukte dat artikel 7:634 BW Pro dwingend recht is en dat de vakantieregeling in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Rpbo) hieraan niet kan afdoen. De dagen van zwangerschaps- en bevallingsverlof kunnen alleen met instemming van de werknemer als vakantiedagen worden aangemerkt, wat hier niet het geval was.
De rechtbank veroordeelde de vereniging tot medewerking aan het opnemen van de niet-genoten vakantiedagen buiten de schoolvakanties en wees de grieven van de vereniging af. Tevens werd de vereniging veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt het vonnis dat vakantiedagen die samenvallen met zwangerschaps- en bevallingsverlof niet als vakantiedagen gelden en dat deze buiten schoolvakanties moeten worden opgenomen.