ECLI:NL:RBLEE:2001:AB1021
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering aanlegvergunning demping sloot wegens procedurefout en belangenafweging
Eiser, eigenaar van agrarische percelen met archeologische en landschappelijke waarde, vroeg meerdere malen een aanlegvergunning aan voor het dempen van een sloot. De eerste aanvragen werden afgewezen op basis van negatieve adviezen van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek en de directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie, en een geweigerde vergunning op grond van de Monumentenwet 1988. Deze besluiten werden onherroepelijk nadat eiser geen rechtsmiddelen instelde of hoger beroep werd verworpen.
Bij de derde aanvraag in 1998 weigerde verweerder opnieuw de vergunning zonder nieuwe adviezen in te winnen, maar verwees naar eerdere negatieve adviezen. Eiser stelde dat de vergunning fictief was verleend en dat verweerder willekeurig handelde en zijn bevoegdheid misbruikte. Verweerder stelde dat de belangenafweging op grond van het bestemmingsplan een zelfstandige was en dat de eerdere adviezen nog steeds relevant waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in strijd met het bestemmingsplan had gehandeld door geen nieuwe adviezen in te winnen, waardoor het besluit vernietigd moest worden. Echter, de rechtbank achtte aannemelijk dat nieuwe adviezen ook negatief zouden zijn geweest en dat de belangenafweging op grond van het bestemmingsplan verschilde van die van de Monumentenwet. Daarom konden de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de aanlegvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.