ECLI:NL:RBLEE:2001:AB1079
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Dispuut over het bestaan en beëindiging van een arbeidsovereenkomst tussen directeur en vennootschap
De zaak betreft een civiel geschil tussen eiser en Van Vuuren Holding B.V. over de vraag of er een arbeidsovereenkomst bestond vanaf 6 april 1998 en of deze rechtsgeldig is beëindigd per 21 december 1998. Eiser stelt dat hij als algemeen directeur in dienst was tegen een bruto salaris van ¦ 12.083,52 per vier weken, terwijl Van Vuuren betwist dat er een arbeidsovereenkomst was en spreekt van een managementovereenkomst met een vergoeding van ¦ 10.000,00 per maand.
De rechtbank constateert dat de schriftelijke arbeidsovereenkomst slechts door eiser is ondertekend, ook namens Van Vuuren, wat onvoldoende bewijs levert. Ook de benoeming tot directeur vond pas per 1 oktober 1998 plaats, wat niet strookt met de arbeidsovereenkomst die terugwerkt tot 6 april 1998. Diverse bewijsstukken zoals salarisspecificaties en gebruik van bedrijfsauto en creditcard worden door de rechtbank niet als doorslaggevend voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst gezien.
Van Vuuren vordert in reconventie terugbetaling van een bedrag dat zij te veel heeft betaald op grond van de managementovereenkomst, inclusief rente en incassokosten. De rechtbank wijst de incassokosten af wegens gebrek aan specificatie. De rechtbank laat eiser toe bewijs te leveren over het bestaan van de arbeidsovereenkomst en houdt verdere beslissingen aan tot na bewijslevering.
De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoor en verdere bewijslevering, waarbij hoger beroep alleen gelijktijdig met het eindvonnis kan worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank houdt bewijslevering aan over het bestaan van een arbeidsovereenkomst en de financiële vorderingen en verwijst de zaak voor verdere behandeling.