ECLI:NL:RBLEE:2001:AB1386
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Rechtsmiddelen tegen benoemingsbesluit notaris met vestigingsplaats
Verzoekers, twee gevestigde notarissen, maakten bezwaar tegen het koninklijk besluit waarbij een nieuwe notaris werd benoemd met als vestigingsplaats een bepaalde gemeente. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:4 Awb Pro, stellende dat tegen benoemingsbesluiten geen rechtsmiddelen openstaan.
De rechtbank oordeelt dat deze uitleg van artikel 3 WNA Pro niet strookt met de systematiek van de Wet op het notarisambt en de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen principiële breuk met het eerdere stelsel waarin rechtsmiddelen tegen de aanwijzing van een standplaats mogelijk waren. De vestigingsplaats is niet onderdeel van de persoonlijke kwaliteiten van de notaris, zodat rechtsmiddelen tegen dit deel van het besluit niet uitgesloten kunnen worden.
De rechtbank stelt dat het bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en dat het beroep naar verwachting gegrond zal worden verklaard. Echter, de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat de belangen van de benoemde notaris, die haar kantoor reeds is gestart en investeringen heeft gedaan, zwaarder wegen dan die van de verzoekers. De motivering van het besluit over de vestigingsplaats is onvoldoende, maar het is niet uitgesloten dat dit in bezwaar alsnog wordt herzien.
De uitspraak bevestigt dat rechtsmiddelen openstaan tegen de vestigingsplaats in benoemingsbesluiten en benadrukt het restrictief karakter van uitzonderingen op rechtsbescherming. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege de belangenafweging en het ontbreken van een acuut nadeel voor verzoekers.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, terwijl het bezwaar tegen de vestigingsplaats in het benoemingsbesluit ontvankelijk is.