ECLI:NL:RBLEE:2001:AC9260
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop wegens ontbreken gedoogverklaring
Verzoeker exploiteert een coffeeshop waar softdrugs werden verkocht zonder dat hiervoor een gedoogverklaring was afgegeven. De burgemeester van Leeuwarden besloot tot sluiting van de coffeeshop en weigerde de aanvraag voor een exploitatievergunning.
Verzoeker stelde dat het beleid van de gemeente willekeurig was en dat het verbod in strijd was met de Opiumwet, en vorderde een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen op grond van art. 13b Opiumwet, en dat het gemeentelijke coffeeshopbeleid niet onredelijk of willekeurig was.
De rechtbank vond dat verzoeker een spoedeisend belang had, maar dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen omdat de illegale situatie duidelijk was en het beleid rechtmatig. Ook was er geen sprake van een overgangstermijn of financiële tegemoetkoming, maar dit werd niet onredelijk geacht.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar tegen het besluit niet gegrond zou worden verklaard en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen.