ECLI:NL:RBLEE:2001:AD3525
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanlegvergunning voor blauwgraslandjes
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Opsterland verleende aanlegvergunning voor het realiseren van twee blauwgraslandjes nabij de Opperhaudmare te Wijnjewoude. Verzoeker vreesde negatieve effecten op de waterhuishouding en betwistte de bestemming van het perceel als productiebos.
De rechtbank oordeelt dat het besluit niet volledig deugdelijk is gemotiveerd, met name omdat de vergunning niet op alle relevante planvoorschriften is gebaseerd en de motivering omtrent waterpeil niet schriftelijk is vastgelegd. Desondanks acht de president het aannemelijk dat de werkzaamheden geen onevenredige aantasting van de natuurlijke waarden veroorzaken en dat de invloed op het waterpeil verwaarloosbaar is.
Daarmee is het verzoek om een voorlopige voorziening, gericht op schorsing van de vergunning, ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar voorlopig ongegrond verklaard.