ECLI:NL:RBLEE:2001:AD4047
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire ontslag politieambtenaar wegens plichtsverzuim en valsheid in geschrifte
Eiser, werkzaam als hoofdagent bij de politieregio Friesland, werd bij besluit van 15 januari 1999 met ingang van 1 februari 1999 ontslagen wegens plichtsverzuim. Dit volgde op een strafrechtelijk en disciplinair onderzoek naar onder meer mishandeling van zijn ex-echtgenote, valsheid in geschrifte met betrekking tot declaraties, het verrichten van nevenwerkzaamheden zonder melding en het gebruik van informatie uit politieregisters voor privédoeleinden.
Eiser betwistte de beschuldigingen grotendeels, erkende slechts enkele feiten zoals het inschakelen van een asielzoeker voor schilderwerk en het indienen van een eenmalige valse declaratie, en vond het ontslag disproportioneel. De rechtbank oordeelde echter dat het plichtsverzuim ernstig was, met name door het valselijk opmaken van nota's en het gebruik van lichamelijk geweld jegens zijn ex-echtgenote.
De rechtbank concludeerde dat het bestuursorgaan de feiten deugdelijk had vastgesteld en dat het ontslag als zwaarste disciplinaire maatregel gerechtvaardigd was. De overige gedragingen, hoewel minder ernstig, pasten in het patroon van normafwijkend en niet-integer gedrag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het disciplinaire ontslag van de politieambtenaar wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.