ECLI:NL:RBLEE:2001:AD7844
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.G. Wijtsma
- K. Post
- A.G.J.M. van Montfort
- Rechtspraak.nl
Bijstand toegekend vanaf datum aanvraag ondanks eerdere verblijfstatus
Eiser, van Iraanse afkomst, vroeg bijstand aan met ingang van 14 mei 1999, de datum waarop hij het D-document ontving. Verweerder kende bijstand toe vanaf die datum en verklaarde bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat bijstand vanaf 22 maart 1999, de datum van rechtmatig verblijf, moest ingaan, ondanks het ontbreken van een legitimatiebewijs.
De rechtbank overwoog dat het hebben van een legitimatiebewijs geen constitutief vereiste is voor bijstand, maar dat de gemeente de identiteit moet vaststellen, ook door onderzoek. Op 31 maart 1999 kon de identiteit en verblijfsstatus van eiser voldoende worden vastgesteld, onder meer via controle bij IND en vreemdelingenpolitie.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet in verzuim was met zijn aanvraag van 14 mei 1999 en dat verweerder had moeten beoordelen of bijstand vanaf 31 maart 1999 toegekend kon worden. Het besluit van verweerder was in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb Pro) en het motiveringsbeginsel (art. 7:12 Awb Pro), zodat het beroep gegrond werd verklaard en het besluit vernietigd.
Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het door eiser betaalde griffierecht vergoed en wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met toekenning van bijstand vanaf de datum van eerste melding.