ECLI:NL:RBLEE:2001:AX6486
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Passagier misdraagt zich aan boord; gedeeltelijke toewijzing immateriële schadevergoeding
De zaak betreft een geschil tussen Martinair en een passagier die zich aan boord van een vliegtuig misdroeg. Martinair had maatregelen getroffen tegen de passagier, waaronder het boeien en overdragen aan de autoriteiten van Sri Lanka. De passagier stelde dat deze maatregelen onterecht waren en vorderde immateriële schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat het gedrag van de passagier de door Martinair getroffen maatregelen niet volledig rechtvaardigde. De overtredingen van de passagier, waaronder het niet opvolgen van de gezagvoerder en belediging, werden niet aangemerkt als ernstige misdrijven. Ook de bedreigingen met fysiek geweld waren onvoldoende voor een ernstig misdrijf zoals bedoeld in het Verdrag inzake misdrijven aan boord van vliegtuigen.
De vordering van Martinair tot vergoeding van gemaakte kosten werd afgewezen, omdat de maatregelen niet gerechtvaardigd waren. De passagier kreeg een immateriële schadevergoeding van ƒ 1.750,-- toegekend wegens de behandeling aan boord en de daaropvolgende detentie en verblijf in een vluchtelingenkamp, waarbij werd vastgesteld dat het verblijf in het kamp niet het gevolg was van de overdracht door Martinair maar van het ontbreken van verblijfspapieren.
Martinair werd veroordeeld in de proceskosten zowel in conventie als in reconventie. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering van Martinair tot kostenvergoeding afgewezen; passagier ontvangt immateriële schadevergoeding van ƒ 1.750,--.