ECLI:NL:RBLEE:2002:AD8762
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van opdracht tot architectuurwerkzaamheden
De besloten vennootschap Bonnema Borren Staalenhoef B.V. vorderde dat de rechtbank vaststelde dat zij in augustus 1999 door Hardegarijp opdracht had gekregen om schetsen te maken voor de uitbreiding van een hotel. Bonnema bracht bewijs in door middel van getuigenverklaringen van een architect en haar directeur. De tegenpartij, Hardegarijp en een medegedaagde, voerden tegenbewijs aan met eigen getuigen.
De rechtbank oordeelde dat Bonnema niet geslaagd was in het bewijs van de opdracht. De verklaringen van de directeur en architect waren onvoldoende en werden deels als partijgetuigenverklaringen slechts als aanvullend bewijs toegelaten. De getuigen van de tegenpartij ontkenden dat een opdracht was gegeven en stelden dat de werkzaamheden mogelijk als een vriendendienst waren verricht.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van stilzwijgende toestemming of een vergelijkbare situatie als in het aangehaalde arrest van de Hoge Raad. De vordering werd daarom integraal afgewezen en Bonnema werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Bonnema af wegens onvoldoende bewijs van een opdracht.