ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9147
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- A.T. Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator tot afgifte van ingevroren voorraden aan curator in faillissement
In deze kortgedingzaak vordert de curator van het faillissement van The Fish Company B.V. dat Daalimpex Coldstores B.V. de ingevroren visvoorraden aflevert die eigendom zijn van The Fish Company. Daalimpex stelt een vuistpandrecht te hebben op deze voorraden op grond van de toepasselijke NeKoVri-voorwaarden en een overeenkomst uit 1999.
De rechter stelt vast dat de NeKoVri-voorwaarden van toepassing zijn op de relatie tussen partijen sinds de fusie van TEFCO Harlingen B.V. en Eiland Urk Harlingen B.V. tot The Fish Company. Op grond van deze voorwaarden en de feitelijke situatie is het pandrecht van Daalimpex gevestigd toen de voorraden in haar bewaarvriesruimte werden geplaatst. Dit pandrecht kan op grond van artikel 3:238 lid 2 BW Pro voorrang hebben boven het bezitloze pandrecht van de Commerzbank, dat ouder is maar waarvan Daalimpex geen kennis had.
De curator betwist dat Daalimpex nog een vordering heeft en stelt dat de nadere overeenkomst en ontbinding vernietigd zijn, waardoor Daalimpex geen pandrecht kan uitoefenen. De rechter oordeelt echter dat de ontbinding rechtsgeldig was en dat Daalimpex een schadevordering heeft, onder meer op grond van een bonus/malus regeling. Ook als de curator de huurovereenkomst beëindigt, blijft de invriesovereenkomst en de schadevordering bestaan.
De rechtbank concludeert dat Daalimpex zich terecht op haar pandrecht kan beroepen en wijst de vordering van de curator tot afgifte van de voorraden af. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator tot afgifte van de ingevroren voorraden wordt afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de kosten.