ECLI:NL:RBLEE:2002:AE0611
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen fictieve weigering beslissing bezwaarschrift ambtenaar
Eiser ontving op 15 november 2000 een aanwijzing van zijn leidinggevende, waarbij hem werd opgedragen stukken met zijn mening over de organisatie of personen niet te versturen zonder voorafgaande goedkeuring. Eiser diende hiertegen op 13 december 2000 een bezwaarschrift in. Omdat verweerder niet tijdig op het bezwaarschrift besliste, stelde eiser op 12 juli 2001 beroep in tegen deze fictieve weigering (besluit A).
Op 19 juli 2001 nam verweerder alsnog een besluit (besluit B) waarin het bezwaarschrift gegrond werd verklaard en de aanwijzing werd ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat dit besluit tegemoetkomt aan het bezwaar van eiser, waardoor het beroep tegen de fictieve weigering niet-ontvankelijk is. De rechtbank kan geen inhoudelijk oordeel geven over het arbeidsconflict of het oorspronkelijke besluit, omdat dat niet ter beoordeling ligt.
Daarnaast is geen sprake van schade door de niet-tijdige beslissing, zodat het procesbelang ontbreekt. Verweerder wordt veroordeeld het door eiser betaalde griffierecht terug te betalen. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de fictieve weigering wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.