ECLI:NL:RBLEE:2002:AE7056
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over toekenning WW-uitkering wegens benadeling WW-fondsen
Eiser was sinds november 1996 in dienst bij een stichting in een gesubsidieerde In- en Doorstroombaan (ID-baan). Na beëindiging van de samenwerking tussen de stichting en een andere partij, werd zijn arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 november 2000. Eiser vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het UWV met ingang van 1 december 2000 werd toegekend.
Het UWV stelde dat eiser de WW-fondsen had benadeeld door niet tijdig een verzoek om schadevergoeding of rekening te houden met de opzegtermijn te doen, en legde daarom een maatregel op die de uitkering vanaf 1 november 2000 zou weigeren. De rechtbank oordeelt dat dit besluit in strijd is met de toepasselijke wettelijke bepalingen, omdat eiser geen verwijt kan worden gemaakt en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet gelijkstaat aan een benadelingshandeling.
De rechtbank overweegt dat de jurisprudentie vereist dat bij benadeling ook de kans op succes van loonvorderingen of procedures moet worden betrokken. Omdat eiser geen verzoek om vergoeding of opzegtermijn heeft gedaan, maar de omstandigheden van de ontbinding dit rechtvaardigen, is het opleggen van een maatregel onterecht.
Het besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de uitkering met ingang van 1 november 2000 wordt toegekend. Tevens wordt het griffierecht aan eiser terugbetaald en wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en eiser krijgt de WW-uitkering met ingang van 1 november 2000 toegekend.