ECLI:NL:RBLEE:2002:AE8425
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en belanghebbendheid bij bezwaar tegen horecavergunning en vrijstelling Aquaverium
Eiseressen, drie verbonden rechtspersonen betrokken bij het Aquaverium, verzochten om vrijstelling voor horecaactiviteiten en maakten bezwaar tegen besluiten van de gemeente Boarnsterhim. De rechtbank beoordeelde primair de ontvankelijkheid en het belang bij bezwaar en beroep.
De rechtbank stelde vast dat alleen eiseres sub 1 bezwaar had gemaakt tegen de vrijstelling (besluit A), maar dat zij geen rechtstreeks belang had bij deze vrijstelling die aan eiseres sub 2 was verleend. Eiseres sub 1 werd ten onrechte als belanghebbende aangemerkt en haar beroep werd gegrond verklaard, waarna zij alsnog niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiseressen sub 2 en 3 hadden geen bezwaar tegen besluit A gemaakt en werden daarom niet-ontvankelijk verklaard in beroep.
Ten aanzien van besluit B, een verbod aan eiseres sub 2 om horeca te exploiteren zonder vergunning, oordeelde de rechtbank dat eiseres sub 3 geen rechtstreeks belang had en haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. De beroepen van eiseressen sub 1 en 2 tegen besluit B werden eveneens niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot terugbetaling van griffierecht en betaling van proceskosten aan eiseres sub 1. De uitspraak bevestigt het belang van zelfstandige bezwaarprocedures door belanghebbenden en de zorgvuldigheid die van verbonden rechtspersonen wordt verwacht in hun externe communicatie.
Uitkomst: Het beroep van eiseres sub 1 is gegrond verklaard maar alsnog niet-ontvankelijk, de beroepen van eiseressen sub 2 en 3 zijn niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van sub 3 tegen het verbod is ongegrond.