ECLI:NL:RBLEE:2002:AE9538
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door sieradenbezit
Eisers ontvingen een Abw-uitkering over de periode van 26 augustus 2000 tot en met 24 juli 2001 en waren gedurende die periode gehuwd. Na de relatiebreuk diende eiser een eigen aanvraag in, waarbij hij sieraden bezat met een opgegeven waarde van 50.000 gulden. Een onderzoek door de sociaal rechercheur leidde tot de conclusie dat het vermogen van eisers 70.000 gulden bedroeg, waardoor de uitkering moest worden herzien en teruggevorderd.
Eisers stelden dat de waarde van de sieraden in Surinaamse guldens was opgegeven en dat zij niet over sieraden ter waarde van 50.000 Nederlandse guldens beschikten. De rechtbank oordeelde dat deze verklaring niet overtuigend was en dat de opgave op het aanvraagformulier terecht in Nederlandse guldens werd geïnterpreteerd. De verklaring van eiser aan de sociaal rechercheur bevestigde het bezit van sieraden met een waarde van 50.000 gulden.
De rechtbank vond de taxatierapporten van juweliers minder betrouwbaar dan de waarnemingen van de sociaal rechercheur, die een groter aantal sieraden had gezien. Er was geen bewijs dat de sieraden aan anderen toebehoorden. Gezien het rapport en de verklaringen was de overschrijding van de vermogensgrens aannemelijk, waardoor de herziening en terugvordering terecht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de Abw-uitkering bevestigd.