ECLI:NL:RBLEE:2002:AF2168
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon wegens onvoldoende registratie arbeids- en rusttijden volgens Arbeidstijdenwet
De rechtbank Leeuwarden heeft op 19 december 2002 uitspraak gedaan in een zaak tegen een rechtspersoon gevestigd te een adres, die werd verdacht van het niet deugdelijk registreren van de arbeids- en rusttijden van haar werknemers, in strijd met artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet.
Uit verklaringen van getuigen en overgelegde documenten bleek dat de uren die personeel 's avonds en in het weekend werkte niet werden vermeld op de werktijdenregistratieformulieren, terwijl deze uren wel opgegeven hadden moeten worden. Dit was in strijd met de doelstelling van de Arbeidstijdenwet om inzicht te krijgen in de feitelijk gewerkte uren en rusttijden.
De economische politierechter achtte het ten laste gelegde bewezen en kwalificeerde het als een overtreding van artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet, begaan door een rechtspersoon. Er werd geen strafuitsluitingsgrond vastgesteld.
De verdachte werd veroordeeld tot betaling van een geldboete van €2.500, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeschort onder een proeftijd van twee jaar. Voor het meer of anders ten laste gelegde werd de verdachte vrijgesproken.
Uitkomst: De verdachte rechtspersoon is veroordeeld tot een geldboete van €2.500 met een proeftijd van twee jaar wegens het niet deugdelijk registreren van arbeids- en rusttijden.