ECLI:NL:RBLEE:2002:AF2168

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
19 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
17/090077-02vev
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:3 ArbeidstijdenwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling rechtspersoon wegens onvoldoende registratie arbeids- en rusttijden volgens Arbeidstijdenwet

De rechtbank Leeuwarden heeft op 19 december 2002 uitspraak gedaan in een zaak tegen een rechtspersoon gevestigd te een adres, die werd verdacht van het niet deugdelijk registreren van de arbeids- en rusttijden van haar werknemers, in strijd met artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet.

Uit verklaringen van getuigen en overgelegde documenten bleek dat de uren die personeel 's avonds en in het weekend werkte niet werden vermeld op de werktijdenregistratieformulieren, terwijl deze uren wel opgegeven hadden moeten worden. Dit was in strijd met de doelstelling van de Arbeidstijdenwet om inzicht te krijgen in de feitelijk gewerkte uren en rusttijden.

De economische politierechter achtte het ten laste gelegde bewezen en kwalificeerde het als een overtreding van artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet, begaan door een rechtspersoon. Er werd geen strafuitsluitingsgrond vastgesteld.

De verdachte werd veroordeeld tot betaling van een geldboete van €2.500, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeschort onder een proeftijd van twee jaar. Voor het meer of anders ten laste gelegde werd de verdachte vrijgesproken.

Uitkomst: De verdachte rechtspersoon is veroordeeld tot een geldboete van €2.500 met een proeftijd van twee jaar wegens het niet deugdelijk registreren van arbeids- en rusttijden.

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden
Sector strafrecht
VERKORT VONNIS
Uitspraak: 19 december 2002
Parketnummer: 17/090077-02
VONNIS van de economische politierechter in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:
VER. VOOR PROT. CHR. BASISOND. [NAAM],
gevestigd te [adres].
De economische politierechter heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 5 december 2002.
De verdachte is verschenen bij monde van haar vertegenwoordiger [vertegenwoordiger].
TELASTELEGGING
Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.
In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in haar belangen geschaad.
NADERE BEWIJSOVERWEGING:
Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] blijkt dat de door het personeel 's-avonds en in het weekeinde gewerkte uren niet worden vermeld op de werktijdenregistratie-formulieren.
Uit bijlage 7 van het proces-verbaal en uit de door verdachte ter terechtzitting overgelegde bijlage A komt naar voren dat ook die gewerkte uren wel dienen te worden opgegeven.
Dat laatste sluit ook aan bij de doelstelling van de Arbeidstijdenwet, namelijk het inzicht krijgen in de feitelijk gewerkte uren en van de rusttijden van een werknemer.
Nu vast staat dat deze uren niet worden opgegeven is reeds daarom het tenlastegelegde feit door verdachte begaan.
BEWEZENVERKLARING
De economische politierechter acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:
verdachte, op 1 maart 2002, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, als werkgeefster niet een deugdelijke registratie terzake van de arbeids- en rusttijden van de in haar onderneming werkzame werknemers heeft gevoerd, welke het toezicht op de naleving van de Arbeidstijdenwet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakte;
De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de economische politierechter dat niet bewezen acht.
KWALIFICATIE
Het bewezene levert op de overtreding:
Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet, begaan door een rechtspersoon.
STRAFBAARHEID VERDACHTE
De economische politierechter acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
STRAFMOTIVERING
De economische politierechter neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:
- de aard en de ernst van het gepleegde feit;
- de omstandigheden waaronder dit is begaan;
- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het telastegelegde tot een geldboete van € 4.500,-- waarvan € 2.250,-- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN
De economische politierechter heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 51 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet en de artikelen 1, 2, 6 van de Wet op de economische delicten.
DE UITSPRAAK VAN DE ECONOMISCHE POLITIERECHTER LUIDT
RECHTDOENDE:
Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.
Veroordeelt verdachte te dier zake tot:
Betaling van een geldboete ten bedrage van € 2.500,-- (zegge: vijfentwintighonderd euro).
Bepaalt, dat deze geldboete niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Anjewierden, economische politierechter, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2002.
Rechtbank Leeuwarden
Sector strafrecht
VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING
Parketnummer: 17/090077-02
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de economische politierechter in bovengenoemde rechtbank op 5 december 2002.
Tegenwoordig:
mr. O. Anjewierden, economische politierechter,
mr. E. Boelen, officier van justitie en
A. van Dijk, griffier.
De economische politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte,
VER. VOOR PROT. CHR. BASISOND. [NAAM],
gevestigd te [adres],
is verschenen in de persoon van haar vertegenwoordiger [vertegenwoordiger].
..................
De economische politierechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede dat de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 19 december 2002 te 09.00 uur.
Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de economische politierechter en de griffier.