ECLI:NL:RBLEE:2003:AF3048
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor onrechtmatige milieubeheervergunning en schade Schelpkalk
De besloten vennootschap Schelpkalkbranderij Harlingen B.V. (Schelpkalk) kreeg in 1990 een hinderwetvergunning voor een kalkfabriek op Kanaalweg 33. Na aanscherping van de vergunningvoorschriften in 1998, die stank- en stofemissies moesten reduceren, stelde de gemeente handhaving in het vooruitzicht bij niet-naleving. Schelpkalk stopte haar activiteiten per 1 januari 2000 uit vrees voor bestuursdwang, hoewel de ontruimingsverplichting pas per 1 februari 2000 gold.
De rechtbank stelde vast dat de aanscherping onrechtmatig was omdat de Afdeling bestuursrechtspraak het besluit vernietigde. De gemeente had Schelpkalk onterecht onder druk gezet met handhaving en dwang. Schelpkalk leed daardoor schade door stillegging en beperkte productie. De gemeente voerde verweer dat Schelpkalk vrijwillig stopte en dat er geen causaal verband was, maar dit werd verworpen.
Daarnaast was er een geschil over de koop van een nieuw perceel aan de Marconistraat, waar Schelpkalk haar bedrijf wilde vestigen. De gemeente had niet gewezen op geluidsbeperkingen, maar de rechtbank oordeelde dat geen garantie bestond dat de milieubeheervergunning zou worden verleend en dat de gemeente niet tekort was geschoten in haar inlichtingenplicht.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot schadevergoeding voor de periode van stillegging, verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot schadevergoeding voor onrechtmatig handelen door aanscherping van milieubeheervoorschriften die tot stillegging van de kalkfabriek leidde.