ECLI:NL:RBLEE:2003:AF3276
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing van beslag op zeiljacht Finngulf 41 wegens ondeugdelijkheid vordering en verval beslag
In deze kortgedingprocedure vorderen Jachtbouw en Malö opheffing van meerdere beslagen die Aegon heeft gelegd op het zeiljacht Finngulf 41. Aegon stelt dat de beslagen gerechtvaardigd zijn vanwege een vordering uit onrechtmatige daad, voortvloeiend uit een vermeende onzakelijke geldleningsovereenkomst en malversaties door voormalig directeur [V.] en [T.].
De rechtbank stelt vast dat Jachtbouw eigenaar is van het zeiljacht en dat het beslag ten laste van [V.] op grond van een procedurefout (niet tijdig betekenen van een formulier) is vervallen. Tevens is de vordering van Aegon tegen Jachtbouw en Malö onvoldoende aannemelijk gemaakt, mede omdat niet is gebleken dat Jachtbouw op de hoogte was van de vermeende malversaties.
Daarom worden de beslagen ten laste van Malö en Jachtbouw opgeheven. Aegon wordt veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot vergoeding van kosten voor het opheffen van de beslagen wordt afgewezen omdat deze kosten niet aannemelijk zijn gemaakt.
Uitkomst: Het beslag van Aegon op het zeiljacht Finngulf 41 wordt opgeheven wegens ondeugdelijkheid van de vordering en verval van het beslag.