ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4798
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag ING Bank op goederen Brandhold
In deze kortgedingprocedure vordert Brandhold B.V. dat het conservatoir beslag dat ING Bank op haar roerende en onroerende goederen heeft gelegd, wordt opgeheven. ING Bank had dit beslag gelegd vanwege een vordering tot schadevergoeding wegens een vermeende onrechtmatige daad van Brandhold, die zou hebben geleid tot vermindering van de verhaalsmogelijkheden van ING Bank op failliete ondernemingen.
Brandhold stelt dat het beslag haar bedrijfsvoering ernstig belemmert en de oplevering van appartementen frustreert, terwijl ING Bank stelt dat het beslag noodzakelijk is ter waarborging van haar verhaalrecht en dat er sprake is van een gegronde vrees voor verduistering. De rechtbank oordeelt dat de vordering van ING Bank niet summierlijk ondeugdelijk is en dat het beslag niet als vexatoir kan worden aangemerkt, mede omdat de beslagen goederen binnenkort zullen worden geveild.
De rechtbank verklaart Bouwbedrijf Noord en Bouwbedrijf Oost niet-ontvankelijk omdat zij geen eigen belang hebben bij de vordering tot opheffing van het beslag. De vorderingen van Brandhold worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter Hangelbroek op 20 februari 2003.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van het conservatoir beslag af en veroordeelt Brandhold in de kosten.