ECLI:NL:RBLEE:2003:AH8846
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Kuizenga
- K. Post
- J.B.J. van der Leij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel
De rechtbank Leeuwarden heeft op 26 juni 2003 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. De rechtbank baseerde zich op getuigenverklaringen van afnemers en een medeverdachte subdealer om de omvang van het voordeel vast te stellen.
De rechtbank verwierp het door de politie opgestelde proces-verbaal over de frequentie van de inkoopreizen naar Enschede, omdat onvoldoende was vastgesteld dat de veroordeelde gedurende de gehele periode met dezelfde regelmaat reisde. De berekening van het voordeel werd gebaseerd op de gemiddelde in- en verkoopprijzen van cocaïne, waarbij een winst van €12,50 per gram werd gehanteerd.
De totale hoeveelheid verkochte cocaïne werd vastgesteld op 1918,75 gram, met een winst van €23.284,38. Hierop werden de kosten van de inkoopreizen in mindering gebracht, waardoor het netto wederrechtelijk verkregen voordeel op €22.641,19 werd vastgesteld. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen, met een vervangende hechtenis van 160 dagen bij niet-betaling.
Uitkomst: Veroordeelde moet €22.641,19 aan wederrechtelijk verkregen voordeel betalen aan de staat, met vervangende hechtenis van 160 dagen bij niet-betaling.