ECLI:NL:RBLEE:2003:AI0477
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.H. Varekamp-Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag bedrijfsleider Gebr. Smilde BV
De werknemer, sinds 1964 in dienst en laatstelijk bedrijfsleider bij Gebr. Smilde BV, werd ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen na toestemming van het CWI. Hij vorderde een verklaring van kennelijke onredelijkheid van het ontslag en een schadevergoeding van circa €289.411,15.
De werknemer stelde dat de financiële situatie van de werkgever het ontslag niet rechtvaardigde, het sociaal plan onvoldoende representatief was, er onregelmatigheden waren in de toepassing van het sociaal plan, en dat de gevolgen van het ontslag voor hem als 55-plusser onbillijk waren.
De kantonrechter oordeelde dat de bedrijfseconomische noodzaak voldoende was onderbouwd, het sociaal plan door representatieve partijen was overeengekomen en evenwichtig was, en dat de werknemer geen unieke situatie had die een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigde. Ook het niet kunnen opbouwen van VUT-rechten maakte het ontslag niet kennelijk onredelijk.
Daarom werden de vorderingen van de werknemer afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot verklaring van kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding af.