ECLI:NL:RBLEE:2003:AI1607
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Verbod op gebruik merk en handelsnaam Alivio wegens merkinbreuk en verwarringsgevaar
In deze kortgedingprocedure staat centraal de vraag of Baltimore het merk Alivio te kwader trouw heeft gedeponeerd, dan wel dat Sogni d'Oro eerder het merk Alivio gebruikte. Sogni d'Oro vordert een verbod op het gebruik van het merk Alivio door Baltimore en stelt dat Baltimore valselijk bewijs heeft overgelegd. Baltimore betwist dit en stelt dat zij het merk op rechtsgeldige wijze heeft gedeponeerd en dat Sogni d'Oro inbreuk maakt op haar merkrecht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Sogni d'Oro onvoldoende heeft bewezen dat Baltimore te kwader trouw was bij het depot van het merk. De vermeende vervalsingen zijn niet aannemelijk gemaakt en Baltimore heeft gemotiveerd betwist dat zij op de hoogte was van het gebruik door Sogni d'Oro. Het exclusieve merkrecht van Baltimore is daarmee geldig.
Vervolgens wordt geoordeeld dat Sogni d'Oro het merk Alivio gebruikt voor dezelfde waren als waarvoor Baltimore het merk heeft gedeponeerd, namelijk waterbedden, en dat het gebruik van de handelsnaam Alivio Waterbeds verwarring kan veroorzaken bij het publiek. Dit leidt tot een inbreuk op het merkrecht van Baltimore en strijd met de Handelsnaamwet.
De voorzieningenrechter verbiedt Sogni d'Oro het gebruik van het merk en de handelsnaam Alivio en legt dwangsommen op bij overtreding. Tevens wordt Sogni d'Oro veroordeeld in de proceskosten en wordt een termijn gesteld voor het aanhangig maken van een bodemprocedure.
Uitkomst: Sogni d'Oro wordt verboden het merk en de handelsnaam Alivio te gebruiken en veroordeeld tot betaling van dwangsommen bij overtreding.