ECLI:NL:RBLEE:2003:AJ9972
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Statenlid aansprakelijk voor doorbetaling loon fractiemedewerker na onrechtmatig ontslag
In deze zaak stond centraal of het ontslag van een fractiemedewerker door een Statenlid, dat uit de LPF was gestapt en een nieuwe politieke groepering had opgericht, rechtsgeldig was. De werknemer had een intentieverklaring getekend met het Statenlid als beoogd werkgever namens een stichting in oprichting. De stichting is echter nooit opgericht en vervangen door een andere stichting met een ander politiek doel.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst nog steeds bestond omdat het ontslag niet rechtsgeldig was: er was geen ontslagvergunning aangevraagd bij het CWI en de wettelijke opzegtermijn was niet in acht genomen. Ook was het ontslag niet op staande voet gegeven en was er geen dringende reden.
Verder werd geoordeeld dat het Statenlid hoofdelijk aansprakelijk was voor de verplichtingen uit de intentieverklaring, omdat de stichting in oprichting niet was opgericht en de opvolgende stichting een andere juridische entiteit was. Het Statenlid werd veroordeeld om de werknemer toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, hem te werk te stellen en het loon van € 3216,67 bruto per maand door te betalen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval van niet-naleving.
Uitkomst: Het ontslag is onrechtmatig, Statenlid is hoofdelijk aansprakelijk en moet werknemer toelaten tot werkzaamheden en loon doorbetalen.