ECLI:NL:RBLEE:2003:AL7656
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M. Dölle
- M.R. de Vries
- H.R. Bax
- Rechtspraak.nl
Schuldigverklaring zonder strafoplegging wegens verdrinking baby door nalatigheid moeder
Op 14 februari 2001 liet de verdachte haar zeven maanden oude baby en peuter van tweeënhalf jaar zonder toezicht in een bad zitten. Zij wist dat de peuter de kraan kon bedienen en de stop in de afvoer kon plaatsen. Tijdens haar afwezigheid hoorde zij dat de kraan open werd gedraaid, maar zij keerde pas na ongeveer tien minuten terug. De baby bleek te zijn verdronken in het badwater.
De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte grovelijk onvoorzichtig en nalatig handelde door de kinderen zonder toezicht in het bad te laten, terwijl zij wist van het gevaar. Dit handelen leidde aan haar schuld toe te rekenen tot het overlijden van de baby door verdrinking.
Hoewel de verdachte strafbaar was, oordeelde de rechtbank dat het opleggen van een straf geen strafdoel meer zou dienen, mede gezien de ernstige persoonlijke gevolgen voor de verdachte en de publieke verantwoording die zij reeds had afgelegd. Daarom werd zij schuldig verklaard zonder straf of maatregel op te leggen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op artikel 307 van Pro het Wetboek van Strafrecht en hield rekening met de aard van het feit, de omstandigheden, en de persoon van de verdachte. De verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De uitspraak vond plaats op 9 oktober 2003 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Leeuwarden, waarbij mr. I.M. Dölle voorzitter was, samen met mr. M.R. de Vries en mr. H.R. Bax als rechters.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard aan dood door schuld maar geen straf opgelegd wegens ontbreken strafdoel.