ECLI:NL:RBLEE:2003:AL9038
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toepassing lijfsdwang bij niet-nakoming alimentatie ondanks wijzigingsverzoek in het vooruitzicht
Partijen waren gehuwd en gescheiden met een alimentatieverplichting opgelegd aan gedaagde door het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Gedaagde is sinds 1 januari 2003 nalatig in betaling van de alimentatie, terwijl zij daartoe financieel in staat wordt geacht. Eiser vordert nakoming en oplegging van lijfsdwang.
Gedaagde voert onder meer aan dat zij lichamelijk hulpbehoevend is, dat het vermogen deels geblokkeerd is en dat een wijzigingsverzoek tot lagere alimentatie zal leiden. De rechtbank oordeelt dat ondanks deze omstandigheden de niet-nakoming niet aan onmacht te wijten is, maar aan betalingsonwil, mede omdat gedaagde vermogen in contanten bezit en vermogensbestanddelen heeft overgedragen.
De voorzieningenrechter stelt dat lijfsdwang in civielrechtelijke alimentatiezaken verenigbaar is met artikel 5 EVRM Pro en acht de spoedeisendheid en het belang van eiser voldoende. De rechter bepaalt dat indien gedaagde binnen veertien dagen een wijzigingsverzoek indient en 70% van de huidige alimentatie betaalt, lijfsdwang niet zal worden toegepast. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en legt de voorwaarden voor gijzeling vast.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van alimentatie met verlof tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang, tenzij binnen veertien dagen een wijzigingsverzoek wordt ingediend en 70% van de alimentatie wordt voldaan.