ECLI:NL:RBLEE:2003:AM1453
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedrijf wegens ontbreken direct causaal verband bij nalaten beleid tegen seksuele intimidatie
De economische politierechter heeft geoordeeld over een zaak waarin een bedrijf werd beschuldigd van het nalaten van een beleid ter bescherming van werknemers tegen seksuele intimidatie, agressie en geweld, in strijd met artikel 4 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 32 van Pro die wet in samenhang met de Wet Economische Delicten.
Uit het onderzoek bleek dat een werknemer door collega's gedurende langere tijd werd belaagd, wat ernstige gezondheidsschade tot gevolg had. Het bedrijf was hiervan op de hoogte maar reageerde niet adequaat. Desondanks kon de rechter niet vaststellen dat de gezondheidsschade rechtstreeks het gevolg was van het ontbreken van het vereiste beleid.
Verder overwoog de politierechter dat strafrechtelijke vervolging pas aan de orde is indien binnen 48 maanden voorafgaand aan het feit twee bestuurlijke boetes voor hetzelfde nalaten zijn opgelegd, wat hier niet het geval was. Daarom werd het tenlastegelegde feit niet bewezen verklaard en volgde vrijspraak.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving van de ARBO-wet en onderstreept dat strafrechtelijke sancties voorbehouden zijn aan ernstige inbreuken en recidive.
Uitkomst: Het bedrijf is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat het ontbreken van beleid direct heeft geleid tot ernstige gezondheidsschade.