ECLI:NL:RBLEE:2003:AN9783
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens reorganisatie Friesland Bank
Friesland Bank voerde een reorganisatie door vanwege de invoering van een nieuw bancair systeem, wat leidde tot het vervallen van functies en arbeidsplaatsen. De bank stelde een sociaal plan op en richtte matchingscommissies op om te beoordelen welke werknemers geschikt waren voor herplaatsing. De werknemer werd door de matchingscommissie als niet geschikt bevonden en boventallig verklaard.
De werknemer maakte bezwaar bij de Toetsingscommissie, die het bezwaar gegrond achtte vanwege een onjuiste toepassing van het anciënniteitsbeginsel en het ontbreken van een werkgelegenheidsanalyse. Friesland Bank verzocht daarop de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen.
De kantonrechter oordeelde dat de matchingscommissie niet zorgvuldig had gehandeld, omdat de directe en naast hogere leidinggevenden van de werknemer niet in de commissie zaten en het oordeel louter op het personeelsdossier was gebaseerd. De beoordelingsformulieren boden onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de werknemer niet geschikt was. Bovendien was kritiek uit het verleden te oud om mee te wegen.
Daarom werd het verzoek tot ontbinding afgewezen en werd Friesland Bank veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter benadrukte dat het oordeel over geschiktheid in principe aan de werkgever is, maar dat dit in dit geval onvoldoende zorgvuldig was vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de boventalligheid en onzorgvuldige toetsing door de matchingscommissie.