ECLI:NL:RBLEE:2003:AN9784
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens reorganisatie Friesland Bank
Friesland Bank voerde een reorganisatie door vanwege de invoering van een nieuw bancair systeem, waarbij functies binnen de ICT-afdeling kwamen te vervallen. De werknemer, werkzaam als applicatiebeheerder sinds 1979, werd boventallig verklaard omdat hij volgens de werkgever niet geschikt was voor de nieuwe functies en ook niet binnen zes maanden geschikt te maken.
De werknemer maakte bezwaar bij de Toetsingscommissie, die het bezwaar gegrond achtte op basis van het anciënniteitsbeginsel en het ontbreken van bewijs dat andere medewerkers bijzondere kennis of competenties hadden. Friesland Bank stelde dat de selectie ook op geschiktheid mocht plaatsvinden conform het sociaal plan.
De kantonrechter oordeelde dat de Toetsingscommissie een onjuiste interpretatie van het sociaal plan had gegeven en dat het oordeel over geschiktheid primair aan de werkgever of de matchingscommissie toekomt. Echter, de kantonrechter vond dat Friesland Bank onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de werknemer niet geschikt was of binnen zes maanden geschikt te maken voor een nieuwe functie.
Daarom werd het verzoek tot ontbinding afgewezen en werd Friesland Bank veroordeeld in de proceskosten. De werknemer krijgt de kans zich binnen de vernieuwde ICT-organisatie te bewijzen.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid ongeschiktheid werknemer.