ECLI:NL:RBLEE:2004:AO3403

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
28 januari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
133452 /CV EXPL 03-1198
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.Tj. Terpstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668a lid 1 sub b BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Conversie reeks arbeidsovereenkomsten bepaalde tijd naar onbepaalde tijd met verschillende arbeidsplaatsen en uren

De zaak betreft een werknemer die meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd sloot met Stichting Zorgcentrum De Greidhoeke, waarbij de werkzaamheden verschilden in locatie en arbeidsduur. De werknemer vorderde betaling van salaris en vakantiebijslag vanaf april 2003, stellende dat de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2003 voor onbepaalde tijd met 30 uur per week moest gelden.

De werkgever stelde dat enkel voor de werkzaamheden in Huylckenstein een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was overeengekomen met 16 uur per week, en dat de tijdelijke verhoging van 14 uur in Nij Mariënakker slechts tijdelijk was. De kantonrechter onderzocht de opvolging van de arbeidsovereenkomsten en de verschillende arbeidsplaatsen.

Op grond van artikel 7:668a lid 1 sub b BW oordeelde de kantonrechter dat er twee arbeidsovereenkomsten onderscheiden moeten worden: één voor Huylckenstein en één voor Nij Mariënakker. Voor Huylckenstein was reeds een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overeengekomen. Voor Nij Mariënakker leidde de vierde tijdelijke overeenkomst tot conversie in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

De kantonrechter wees de vorderingen betreffende salaris en vakantiebijslag toe, matigde de wettelijke verhoging tot maximaal 25%, en kende wettelijke rente toe vanaf de vervaldagen. De vordering voor buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens gebrek aan reactie van eiser. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van salaris, vakantiebijslag, wettelijke verhoging en rente vanaf 1 april 2003 tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden
Sector Kanton
Locatie Sneek
VONNIS
(Uitspraak: 28 januari 2004)
133453 /CV EXPL 03-1198
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
procederende met toevoeging,
gemachtigde: mevrouw mr. A.L.M.E. Bijlholt van Rechtshulp Noord te Leeuwarden,
tegen
de stichting STICHTING ZORGCENTRUM DE GREIDHOEKE,
gevestigd te Wommels,
gedaagde,
gemachtigde: mr. W. van Bottenburg, advocaat te Sneek.
OVERWEGINGEN
Procesverloop
1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen [eiser], na vermeerdering van eis, gevorderd om gedaagde partij, hierna te noemen De Greidhoeke, te veroordelen tot betaling van:
- € 595,34 bruto per maand salaris vanaf 1 april 2003 tot de datum van de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
- € 95,25 bruto per maand vakantiebijslag over de maanden april en mei 2003;
- de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het salaris en de vakantiebijslag vanaf de vervaldagen tot de dag van de betaling;
- € 483,14 voor buitengerechtelijke kosten;
- de proceskosten.
De Greidhoeke heeft bij antwoord, onder overlegging van producties, de vordering betwist.
Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.
De feiten
2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.
De Greidhoeke exploiteert verspreid over Fryslân negen verzorgingshuizen, waaronder Huylckenstein te Bolsward en Nij Mariënakker te Workum.
Partijen hebben een arbeidsovereenkomst gesloten voor de bepaalde tijd van 1 april 2001 tot 1 mei 2001 op grond waarvan [eiser] als medewerker groepsverzorging heeft gewerkt in Nij Mariënakker, voor gemiddeld 14 uren per week.
Partijen hebben daarna een arbeidsovereenkomst gesloten voor de bepaalde tijd van 1 mei 2001 tot 1 januari 2002 voor werkzaamheden in Nij Mariënakker en Huylckenstein, voor respectievelijk 14 en 16 uren per week.
Vervolgens hebben partijen een arbeidsovereenkomst gesloten voor de bepaalde tijd van 1 januari 2002 tot 1 januari 2003 met dezelfde inhoud.
Tenslotte hebben partijen in een bespreking op 20 november 2002 een arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd voor werkzaamheden in Huylckenstein, voor gemiddeld 16 uren per week. Tevens is overeengekomen dat de arbeidsduur van 1 januari 2003 tot 1 april 2003 gemiddeld 30 uur per week zal zijn, waarvan 14 uren gewerkt zullen worden in Nij Mariënakker.
De standpunten van partijen
3. [eiser] heeft gesteld dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd per 1 januari 2003 een arbeidsduur moet hebben van gemiddeld 30 uren, omdat de situatie na 1 januari 2003 niet verschilt van die daarvoor.
4. Het verweer van De Greidhoeke is dat partijen hebben afgesproken dat enkel voor wat betreft het werk in Huylckenstein een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou volgen, met een arbeidsduur van gemiddeld 16 uren per week. Voor de periode 1 januari 2003 tot 1 april 2004 is een tijdelijke verhoging van de arbeidsduur afgesproken met 14 uren, te werken in Nij Mariënakker.
De beoordeling van het geschil
5. Van toepassing op de onderhavige casus is artikel 7:668a lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarbij is de vraag aan de orde welke arbeidsovereenkomst -met welke inhoud- resulteert, nadat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een verschillende inhoud elkaar hebben opgevolgd. In de zaak tussen [eiser] en De Greidhoeke betreffen die verschillen de plaatsen waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd en in het verlengde daarvan de arbeidsduur.
6. Volgens de eerste arbeidsovereenkomst werd enkel in Nij Mariënakker gewerkt, voor 16 uren per week. Op grond van de tweede arbeidsovereenkomst werden werkzaamheden verricht in Nij Mariënakker en in Huylckenstein voor respectievelijk 14 en 16 uren per week. De derde overeenkomst bepaalde hetzelfde. Als nu opnieuw een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan, is die, volgens genoemd artikel uit het BW, van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Maar met welke inhoud? In de onderhavige zaak komt de kantonrechter aan een beantwoording in zoverre toe, dat hij twee arbeidsovereenkomsten onderscheidt, een voor de werkzaamheden in Nij Mariënakker en een voor de werkzaamheden in Huylckenstein. In beginsel is het dan mogelijk dat de reeks van vier volgens artikel 7:668a BW voor de ene arbeidsovereenkomst wel en voor de andere (nog) niet is volgemaakt.
7. Voor de werkzaamheden in Huylckenstein gedurende 16 uren per week zijn partijen uitdrukkelijk een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overeengekomen. De kantonrechter merkt op dat voor deze locatie op 1 januari 2003 (nog maar) twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd waren verstreken.
8. Voor de werkzaamheden in Nij Mariënakker beschouwt de kantonrechter de overeenkomst waarbij van 1 januari 2003 tot 1 april 2004 tijdelijk de arbeidsduur wordt verhoogd met 14 uren, te werken in Nij Mariënakker, als de vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijde betreffende de locatie Nij Mariënakker. Daarmee wordt die overeenkomst geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
9. De afspraken van 20 november 2002 doen aan vorenstaande niet af. Gesteld noch anderszins gebleken is dat kon worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7:668a BW.
10. De slotsom is dat de vorderingen betreffende het salaris en het vakantiegeld zullen worden toegewezen. De vordering betreffende de wettelijke verhoging zal worden gematigd, met dien verstande dat maximaal 25% verschuldigd zal zijn. De vordering betreffende de wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de dagen dat De Greidhoeke in verzuim is met de salarisbetaling en de betaling van het vakantiegeld. Op het bezwaar van De Greidhoeke tegen de vordering van de buitengerechtelijke incassokosten heeft [eiser] bij repliek niet gereageerd zodat de kantonrechter het bezwaar van De Greidhoeke zal honoreren en die vordering zal afwijzen. Als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij zal De Greidhoeke worden verwezen in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van [eiser].
BESLISSING
De kantonrechter:
Veroordeelt De Greidhoeke tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot € 595,34 (zegge: vijfhonderdvijfennegentig euro 34 cent) bruto per maand vanaf 1 april 2003 tot de datum van de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
Veroordeelt De Greidhoeke tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot € 95,25 (zegge: vijfennegentig euro 25 cent) bruto per maand over de maanden april en mei 2003;
Veroordeelt De Greidhoeke tot betaling aan [eiser] van de wettelijke verhoging, gemaximeerd tot 25%, alsmede de wettelijke rente vanaf de vervaldagen van de respectievelijke bedragen tot de dag van de betaling;
veroordeelt De Greidhoeke in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 540,-- wegens salaris en op € 243,16 wegens verschotten, waarvan te voldoen door overschrijving op rekeningnummer 19.23.25.841 ten name van de gerechten in het arrondissement Leeuwarden:
- € 121,50 wegens in debet gesteld griffierecht;
- € 81,16 wegens exploitkosten;
- € 540,-- wegens salaris gemachtigde.
Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.
c 150