ECLI:NL:RBLEE:2004:AO8248
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.W.T. Buijtenhuijs
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag en omgangsregeling bij niet-gehuwde ouders
De zaak betreft een verzoek van een niet-gezagdragende ouder, die niet gehuwd is met de gezagdragende ouder, om gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te verkrijgen. De vrouw oefent momenteel het gezag uit en wenst dit te behouden. Volgens artikel 1:252 BW Pro kan alleen gezamenlijk gezag worden gevestigd met instemming van beide ouders via een griffieraantekening, waardoor de man feitelijk wordt uitgesloten zonder medewerking van de vrouw.
De rechtbank stelt vast dat dit artikel in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op eerbiediging van family life beschermt, omdat het de niet-gezagdragende ouder de mogelijkheid ontneemt zich tot de rechter te wenden. De rechtbank verklaart dit artikel buiten toepassing voor zover het deze beperking inhoudt en acht de man ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van het gezag.
De rechtbank overweegt dat beide ouders in principe het recht hebben gezamenlijk gezag uit te oefenen, tenzij het belang van het kind zich daartegen verzet. De vrouw heeft geen argumenten aangevoerd die het belang van het kind in gevaar brengen. Daarnaast is een omgangsregeling overeengekomen waarbij het kind om de twee weken een zondag en eenmaal per drie maanden een nacht bij de man verblijft.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en bepaalt dat de man en vrouw voortaan gezamenlijk het ouderlijk gezag zullen uitoefenen over het kind, met de vastgestelde omgangsregeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe en stelt de omgangsregeling vast.