ECLI:NL:RBLEE:2004:AP4836
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Bracht
- K. Post
- M.R. de Vries
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen bezit hasjiesj en hennep zonder gedoogverklaring
De rechtbank Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hasjiesj en hennep, middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet, op twee momenten in 2004. Verdachte was bedrijfsleider van een coffeeshop waar zonder geldige gedoogverklaring softdrugs werden verkocht.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een bestuursrechtelijk rechtsvacuüm en de weigering van de gemeente om een nieuwe gedoogverklaring af te geven. De rechtbank oordeelde echter dat de vervolging ontvankelijk is, omdat de bestuursrechtelijke weg openstond en verdachte bewust zonder gedoogverklaring handelde.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de softdrugs in ruime mate in bezit had en strafbaar was. Er waren geen strafuitsluitingsgronden. De rechtbank legde een geldboete van €3000,- op, waarvan €1500,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De inbeslaggenomen softdrugs werden onttrokken aan het verkeer. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €3000,- waarvan €1500,- voorwaardelijk wegens medeplegen bezit van hasjiesj en hennep zonder geldige gedoogverklaring.