ECLI:NL:RBLEE:2004:AP9394
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.D.S.L. Bosch
- J.E. Biesma
- P.W.Th. Buijtenhuijs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedwongen verblijf en dwangmedicatie onder Wet BOPZ
Verzoekster werd op 10 april 2004 opgenomen in een gesloten afdeling van een GGZ-instelling na verward gedrag. Zij werd direct in de separeerruimte geplaatst. Vanaf 27 april 2004 werd dit verblijf als dwangbehandeling aangemerkt, hoewel er toen nog geen behandelplan was dat separatie voorzag. Pas op 12 mei 2004 werd een behandelplan opgesteld dat separatie en dwangmedicatie omvatte.
De rechtbank constateerde dat het verblijf in de separeer tussen 27 april en 12 mei 2004 onrechtmatig was omdat er geen behandelplan was en er geen voortdurende noodsituatie was die separatie rechtvaardigde. Dit was een schending van de rechten van verzoekster. Vanaf 12 mei 2004 was de separatie en dwangmedicatie echter gerechtvaardigd en proportioneel om gevaar voor medepatiënten en personeel af te wenden.
Verzoekster had een klacht ingediend tegen het verblijf in de separeer en de dwangmedicatie, alsmede een verzoek tot schorsing van de separatie. De klachtencommissie wees deze af. De rechtbank verklaarde verzoekster niet ontvankelijk in het deel over de schorsing, maar verklaarde de klacht gegrond voor de periode 30 april tot 12 mei 2004 en ongegrond voor het overige.
De rechtbank benadrukte het belang van een tijdig behandelplan en de zorgvuldigheid bij toepassing van dwangmaatregelen binnen de kaders van de Wet BOPZ. De combinatie van separatie en dwangmedicatie werd als een ernstige maar gerechtvaardigde inbreuk op de integriteit van verzoekster beoordeeld.
Uitkomst: De klacht van verzoekster is gegrond voor het verblijf in de separeer tussen 30 april en 12 mei 2004, maar ongegrond voor het overige.