ECLI:NL:RBLEE:2004:AQ1192

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
13 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/747 WRO
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 WROArt. 19 WROArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing bouwvergunning wegens onrechtmatige tijdelijke vrijstelling in strijd met bestemmingsplan

Verzoekers, bewoners te Kollumerzwaag, hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Kollumerland c.a. waarbij aan Taxibedrijf Noord-Oost Friesland een bouwvergunning en tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 17 WRO Pro werd verleend voor het aanpassen van opstallen op een perceel ten behoeve van een call-centre en kantoorruimte.

De voorzieningenrechter constateert dat het bestemmingsplan een permanente vestiging op het perceel niet toestaat en dat er een procedure loopt voor een bouwvergunning op grond van artikel 19 WRO Pro voor die permanente vestiging. De tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 17 WRO Pro mag alleen worden verleend voor tijdelijke afwijkingen van maximaal vijf jaar. Hier wordt echter vooruitgelopen op een permanente vestiging, waardoor de tijdelijke vrijstelling en de bouwvergunning onrechtmatig zijn verleend.

De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift tegen het besluit naar verwachting gegrond zal worden verklaard en dat er voldoende aanleiding is voor schorsing van het besluit. De schorsing geldt tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met mogelijkheid tot verlenging bij een nieuw verzoek. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.

De uitspraak is een voorlopige voorziening en staat niet open voor hoger beroep.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de bouwvergunning met tijdelijke vrijstelling wordt geschorst wegens strijd met het bestemmingsplan.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 04/747 WRO
Inzake het geding tussen
[A, B, C en D], allen wonende te Kollumerzwaag, verzoekers,
gemachtigde: ing. Y.A. Bartelds, juridisch adviseur te Drachten,
en
het college van burgemeester en wethouders van Kollumerland c.a., verweerder,
gemachtigden: B. Bilker, burgemeester, en E. Tuinstra, werkzaam in gemeentelijke dienst.
1. Aanduiding van het besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Het besluit van verweerder van 11 mei 2004, waarbij aan Taxibedrijf Noord-Oost Friesland, gevestigd te Kollumerzwaag, onder gelijktijdige verlening van een tijdelijke vrijstelling voor de duur van twee jaren op grond van art. 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) een bouwvergunning is verleend voor het aanpassen van de bestaande opstallen op het perceel Foarwei 235 te Kollumerzwaag in verband met de tijdelijke vestiging van een call-centre met kantoorruimte ten behoeve van een taxibedrijf.
2. Datum van de zitting
Het verzoek is behandeld ter zitting van 13 juli 2004. Namens verzoekers is verschenen ing. Bartelds voornoemd. Namens de vergunninghouder, Taxibedrijf Noord-Oost Friesland, is verschenen M. van der Zaag, directeur. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de gemachtigden Bilker en Tuinstra voornoemd.
3. De voorzieningenrechter sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak
a. De beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe en schorst het bestreden besluit tot twee weken nadat de beslissing op bezwaar op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, met dien verstande dat wanneer binnen die termijn opnieuw een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is ingediend, de schorsing doorloopt totdat de voorzieningenrechter op dat nieuwe verzoek heeft beslist;
- bepaalt dat de gemeente Kollumerland c.a. het griffierecht van € 136,00 aan verzoekers vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers ten bedrage van € 644,00, aan verzoekers te vergoeden door de gemeente Kollumerland c.a.;
- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
b. De gronden van de beslissing
Voor het treffen van een voorlopige voorziening, zoals is gevraagd door verzoekers, is in beginsel aanleiding indien de voorzieningenrechter van oordeel is dat een tegen een besluit ingediend bezwaar- of beroepschrift gegrond zal worden verklaard.
Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat Taxibedrijf Noord-Oost Friesland zich permanent wil vestigen op het perceel Foarwei 235 te Kollumerzwaag. Het is niet in geschil dat het geldende bestemmingsplan zich hiertegen verzet. Er loopt inmiddels een procedure om hiervoor met toepassing van art. 19 WRO Pro een bouwvergunning te verlenen.
De verlening van de onderhavige bouwvergunning voor het aanpassen van de bestaande opstallen op voormeld perceel in verband met de vestiging van een call-centre met kantoorruimte ten behoeve van het taxibedrijf op het perceel, is mogelijk gemaakt door eem tijdelijke vrijstelling op grond van art. 17 WRO Pro.
Het is vaste rechtspraak dat de vrijstellingsbevoegdheid van art. 17 WRO Pro, welke bepaling het mogelijk maakt om zonder tussenkomst van gedeputeerde staten af te wijken van een geldend bestemmingsplan, slechts kan worden toegepast indien het gaat om een als tijdelijk beoogde afwijking van dat plan. Bij de verlening van een vrijstelling op grond van art. 17 WRO Pro dienen derhalve concrete, objectieve gegevens voorhanden te zijn op grond waarvan kan worden aangenomen dat het bouwwerk, de aanlegwerkzaamheden of het gebruik niet langer dan vijf jaren in stand zal blijven dan wel voortduren. Gelet op de feiten en omstandigheden van dit geval, wordt aan deze voorwaarde niet voldaan. Gebleken is dat met het bouwplan vooruit wordt gelopen op definitieve vestiging van een taxibedrijf. Art. 17 WRO Pro biedt enkel mogelijkheid voor een tijdelijke vrijstelling, zodat verweerder ten onrechte vrijstelling heeft verleend. Derhalve is de bouwvergunning eveneens ten onrechte verleend.
Het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is daarom dat het bezwaarschrift naar verwachting gegrond zal worden verklaard. Gelet op de belangen van verzoekers is er aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open staat.
De zitting wordt gesloten.
Waarvan proces-verbaal.
w.g. F.P. Dillingh, griffier
w.g. E. de Witt, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op: 14 juli 2004