ECLI:NL:RBLEE:2004:AR2700
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanlegvergunning wegens onvoldoende concretisering en motivering
De landinrichtingscommissie vroeg een aanlegvergunning aan voor de inrichting van een reservaatsgebied nabij Lemmer, met onder meer moerasgebied en weidevogelgebied. Het college van burgemeester en wethouders van Lemsterland verleende de vergunning onder voorwaarden, maar gaf onvoldoende duidelijkheid over welke werkzaamheden vergunningplichtig waren en welke niet.
Eisers stelden dat de vergunning te vaag was en niet inzichtelijk voor burgers, en dat de motivering van de toetsing aan het bestemmingsplan ontbrak. De rechtbank oordeelde dat het college hiermee het limitatief-imperatieve karakter van art. 44 lid 1 WRO Pro had miskend en dat de motivering niet voldeed aan art. 7:12 lid 1 Awb Pro.
De bezwaren tegen het verhoogde uitzichtpunt werden wel gegrond verklaard, maar de overige bezwaren niet behandeld vanwege de gebreken in het besluit. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen met een duidelijke en concrete beoordeling van de vergunningplichtige werken.
Daarnaast werd de gemeente Lemsterland veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende concretisering en motivering; het college moet opnieuw beslissen.