ECLI:NL:RBLEE:2004:AR5335
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens twijfel aan juistheid ambtsedige verklaring in Wet Mulder zaak
Appellant werd verweten een verboden gedraging te hebben begaan volgens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder). Hij ontkende dit en stelde dat de verbalisant onjuist had gehandeld en gelogen. De verbalisant zou afgeleid zijn geweest door zijn kinderen en reed traag en onnodig remmend, waardoor appellant een inhaalmanoeuvre maakte.
De kantonrechter overwoog dat de ambtsedige verklaring van de verbalisant normaal gesproken voldoende is voor schuldvaststelling, tenzij specifieke feiten twijfel zaaien. Appellant bracht dergelijke feiten aan, waaronder de afleiding van de verbalisant. De aanvullende verklaringen van de verbalisant waren echter alleen in brieven vastgelegd en niet in een proces-verbaal, waardoor deze minder waarde hadden.
De officier van justitie had nagelaten de verbalisant te laten verklaren over de mogelijke afleiding en de verklaringen formeel vast te leggen. Hierdoor ontstond twijfel over de juistheid van de beschuldiging, die in het voordeel van appellant moest worden uitgelegd. De kantonrechter vernietigde daarom de bestreden beslissing en initiële beschikking en bepaalde dat de betaalde zekerheidstelling aan appellant moest worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en de bestreden beslissing en initiële beschikking worden vernietigd.