ECLI:NL:RBLEE:2004:AR5883
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.K.F. Hangelbroek
- U. van Houten
- C.M. Telman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaderschap en erfrechtelijke aanspraken na wetswijziging afstammingsrecht
De zaak betreft een geschil over het erfrecht na gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van wijlen P.J. [P.] jegens eiser [H.]. Eiser vordert onder meer dat hij als enige erfgenaam wordt erkend en dat gedaagden worden veroordeeld tot afgifte van de nalatenschap en medewerking aan de overdracht daarvan.
De rechtbank oordeelt dat de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, die terugwerkt tot de geboorte van [H.], dezelfde rechtsgevolgen heeft als erkenning en dat eiser daardoor erfgenaam is geworden. Ondanks eerdere uitspraken die dit ontkenden, is de wetswijziging afstammingsrecht (artikel 1:207 BW Pro) met terugwerkende kracht van toepassing, zodat het geschil opnieuw kan worden beoordeeld.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiser toe tegen de erfgenamen van S.G. [K.] en veroordeelt hen tot informatieverstrekking, rekening en verantwoording, afgifte van de nalatenschap voor zover deze niet is verbruikt sinds 1 april 1998, en medewerking aan overdracht. De vorderingen tegen Dynamo en [B.] worden afgewezen, en eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard jegens [B.]. Conservatoire beslagen door eiser worden niet onrechtmatig verklaard, en de vorderingen tot opheffing daarvan worden afgewezen.
De rechtbank legt dwangsommen op voor niet-naleving van veroordelingen en verklaart het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad vanwege de ingrijpende gevolgen, mede gelet op het lopende kort geding. De kosten worden grotendeels aan de verliezende partijen opgelegd.
Uitkomst: Eiser wordt erkend als enige erfgenaam en gedaagden worden veroordeeld tot afgifte van nalatenschap en medewerking aan overdracht.