ECLI:NL:RBLEE:2004:AR6009
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omzetting voorwaardelijke toevoeging in definitieve vanwege overschrijding vermogensgrens
Eiser verzocht om omzetting van een voorwaardelijke toevoeging in een definitieve toevoeging na het ontvangen van een bedrag uit een loonvorderingsprocedure. Het bureau rechtsbijstandvoorziening wees dit verzoek af omdat eiser een banktegoed had dat de in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) genoemde vermogensgrens overschreed.
Eiser voerde aan dat de ontvangen gelden uitgestelde salarisbetalingen waren en niet tot het vermogen behoorden. De rechtbank oordeelde dat de herkomst van het banktegoed niet relevant is en dat banktegoeden als vermogen worden aangemerkt volgens het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand.
Eiser bracht geen schulden aan die in mindering konden worden gebracht op het vermogen. De rechtbank sloot een door eiser aangevoerde schuld aan de sociale dienst uit wegens het ontbreken van relevante gegevens in de bestuurlijke fase. De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht het besluit handhaafde en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot omzetting van de voorwaardelijke toevoeging in een definitieve toevoeging blijft in stand.