ECLI:NL:RBLEE:2005:AR8715
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Weigering invrijheidstelling gegijzelde wegens onbetaalde administratieve sancties verkeersrecht
Eiser, gedetineerd wegens onbetaalde administratieve sancties op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), vordert zijn onmiddellijke invrijheidstelling. Hij stelt dat zijn gijzeling onrechtmatig is omdat hij niet kan betalen door detentie en dat de gijzeling een punitief karakter heeft, strijdig met artikel 5 lid 1 sub b EVRM Pro.
De Staat betoogt dat eiser geen gebruik heeft gemaakt van beroepsmogelijkheden tegen de sancties, dat de kantonrechter meerdere machtigingen voor gijzeling heeft verleend en dat het belang van de Staat bij handhaving van de sancties zwaarder weegt dan het belang van eiser. Betalingsvoorstellen van eiser zijn niet geaccepteerd vanwege onvoldoende onderbouwing en te lage bedragen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gijzeling rechtmatig is, omdat deze dient ter nakoming van een concrete wettelijke verplichting. De gijzeling heeft niet het karakter van vervangende hechtenis en blijft punitief, maar dat is toegestaan volgens het Benham-arrest van het EHRM. Het feit dat eiser geen inkomsten kan verwerven door gijzeling en dat hij pas na invrijheidstelling kan betalen, vormt geen bijzondere omstandigheid om de gijzeling te beëindigen.
De vordering tot invrijheidstelling wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling van eiser wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.