ECLI:NL:RBLEE:2005:AS3382

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
19 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/1308 WW44
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1.5.3 APVArt. 6:13 AwbArt. 6:15 AwbArt. 6:24 AwbArt. 7:11 lid 2 Awb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke toetsing vergunningverlening inrit met onvoldoende motivering

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de gemeente Dongeradeel aanvankelijk geweigerd een vergunning te verlenen voor het aanleggen van een inrit naar een garage. Na een eerdere vernietiging van dat besluit door de rechtbank, verleende de gemeente alsnog de vergunning. Eiseres, een buurtbewoner, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege verkeersveiligheid en parkeeroverlast.

De rechtbank oordeelde dat het nieuwe besluit niet deugdelijk was gemotiveerd. De gemeente had nagelaten het eerdere besluit te herroepen en gaf geen inzicht in de belangenafweging die tot de vergunningverlening leidde. Ook was niet gemotiveerd waarom was afgeweken van het advies van de bezwaarcommissie.

Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd en werd de gemeente opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering en transparantie bij bestuursbesluiten die de belangen van omwonenden raken.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de gemeente moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Uitspraak ex artikel 8:70 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 03/1308 WW44
Inzake het geding tussen
[A], wonende te [B], eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel, verweerder,
gemachtigden: P. Wensink-van der Zwaag en L.J.M. Pasveer, medewerkers van verweerders gemeente.
Procesverloop
Bij brief van 10 oktober 2003, verzonden op 3 november 2003, heeft verweerder de heer [C] (verder te noemen [C]) mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Algemene Plaatselijke Verordening Dongeradeel (APV).
Tegen dit besluit heeft eiseres op 12 november 2003 beroep ingesteld.
Op grond van art. 8:26 lid 1 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) is [C] door de rechtbank in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Hij heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, enkelvoudige kamer, gehouden op 16 december 2004. Eiseres is verschenen, vergezeld door haar zuster, [D]. Verweerder is bij bovengenoemde gemachtigden verschenen. [C] is ook verschenen.
Motivering
[C] heeft op 19 juli 2002 vergunning aangevraagd voor het aanleggen van een inrit van zijn garage naar het parkeerterrein aan de [straatnaam 1] te [B]. Bij besluit van 30 juli 2002 heeft verweerder geweigerd de gevraagde vergunning te verlenen. Na behandeling door de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften op 21 oktober 2002 heeft verweerder het door [C] ingediende bezwaarschrift conform het advies van deze commissie ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [C] op 10 januari 2003 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 5 september 2003 (03/61 WW44) heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met art. 7:12 lid 1 Awb Pro. Verweerder was derhalve gehouden een nieuw besluit op het bezwaarschrift van [C] te nemen. Bij het thans bestreden besluit van 10 oktober 2003 heeft verweerder alsnog aan [C] op grond van art. 2.1.5.3 APV vergunning verleend voor het hebben van een inrit op de openbare weg.
Eiseres heeft mede namens een aantal buurtbewoners bij brief van 12 november 2003 bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het alsnog verlenen van de vergunning. Onder verwijzing naar art. 6:15 Awb Pro heeft verweerder deze brief als beroepschrift aan te merken brief doorgezonden aan de rechtbank.
Eiseres is van mening dat door de inrit sprake is van een levensgevaarlijke situatie, omdat langs de garage een voetpad loopt. Zij wijst voorts op het bestaan van een pad tussen [straatnaam 2] en de [straatnaam 1]. Voorts is eiseres van mening dat de parkeersituatie in de buurt ten nadele van de overige buurtbewoners verslechtert. Ter zitting heeft zij naar voren gebracht dat verweerder na de uitspraak van 5 september 2003, waarbij het besluit van 5 december 2002 wegens een motiveringsgebrek is vernietigd, gehouden was een nieuw gemotiveerd besluit op het bezwaarschrift te nemen. Uit het thans bestreden besluit blijkt echter op geen enkele wijze hoe de belangen zijn afgewogen. Eiseres is van mening dat ook het thans bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering.
In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.
Op grond van art. 2.1.5.3 APV is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een uitweg te maken naar de weg. Ingevolge het derde lid kan een vergunning worden geweigerd in het belang van:
a. de bruikbaarheid van de weg;
b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; of
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
Wanneer het gaat om een discretionaire bevoegdheid dient de bestuursrechter zich te beperken tot de vraag of kan worden gezegd dat het bestuursorgaan bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen dan wel anderszins heeft gehandeld in strijd met enige regel van geschreven recht -daaronder begrepen hetgeen in de Awb is bepaald over onder meer zorgvuldigheid en motivering- dan wel met enige regel van ongeschreven recht of enig algemeen rechtsbeginsel.
De rechtbank stelt in eerste instantie vast dat verweerder in strijd art. 7:11 lid 2 Awb Pro heeft nagelaten het primaire besluit van 30 juli 2002 te herroepen, terwijl verweerder naar aanleiding van het bezwaarschrift kennelijk wel tot het standpunt is gekomen dat dit besluit niet langer gehandhaafd kon worden.
Zoals de rechtbank in haar uitspraak van 5 september 2003 heeft overwogen berustte het besluit op bezwaar van 5 december 2002 niet op een deugdelijke motivering, omdat het daarin gestelde niet werd onderbouwd. Nu verweerder bij het thans bestreden besluit alsnog vergunning heeft verleend, is hij kennelijk teruggekomen op zijn standpunt dat het belang van de bruikbaarheid en het veilig en doelmatig gebruik van de weg in het onderhavige geval zwaarder dient te wegen dan het belang van [C]. Uit het bestreden besluit blijkt echter op geen enkele wijze hoe verweerder tot dit gewijzigde standpunt is gekomen. Door aldus te besluiten is verweerder voorts afgeweken van het eerder inzake dit bezwaarschrift gegeven advies van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften. Verweerder heeft niet alleen in strijd met art. 7:13 lid 7 Awb Pro nagelaten te motiveren waarom van dit advies is afgeweken, maar heeft ook in strijd met deze bepaling nagelaten het advies met het bestreden besluit mee te zenden. Naar het oordeel van de rechtbank stelt eiseres dan ook terecht dat het bestreden besluit een deugdelijke motivering ontbeert.
Dit oordeel brengt met zich mee dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt wegens strijd met art. 7:11 lid Pro 2, art. 7:12 lid 1 en Pro art. 7:13 lid 7 Awb Pro. De rechtbank draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak binnen vier weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift van [C] van 31 juli 2002.
Gelet op het vorenstaande en op het bepaalde in art. 8:74 lid 1 Awb Pro dient de gemeente Dongeradeel het door eiseres gestorte griffierecht van ?€ 116,= te vergoeden.
De rechtbank ziet geen aanleiding gebruik te maken van de haar op grond van art. 8:75 lid 1 Awb Pro toekomende bevoegdheid een partij te veroordelen in de proceskosten, omdat van dergelijke kosten aan de zijde van eiseres niet is gebleken.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder met inachtneming van deze uitspraak binnen vier weken een nieuw besluit moet nemen op het bezwaarschrift van [C] van 31 juli 2002;
- bepaalt dat de gemeente Dongeradeel het betaalde griffierecht van € 116,= aan eiseres vergoedt.
Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2005, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Jansen als griffier.
w.g. M.A. Jansen
w.g. P.G. Wijtsma
Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto Pro 6:24 Awb.
Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag
In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.
Afschrift verzonden op: 19 januari 2003