ECLI:NL:RBLEE:2005:AS7559

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
17/081182094 VON
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot hervatting onderzoek en benoeming deskundige voor nieuwe reconstructie

De rechtbank Leeuwarden heeft vastgesteld dat het onderzoek naar de feiten in deze strafzaak onvolledig is. Dit volgt uit de analyse van het proces-verbaal van de reconstructie en de verklaring van een getuige die de positie van het slachtoffer beschreef. De rechtbank twijfelt aan de juistheid van de aannames over de valwijze van het slachtoffer en de positie waarin het slachtoffer op de grond terecht is gekomen.

Om deze onzekerheden weg te nemen, beveelt de rechtbank dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat binnen drie maanden na de uitspraak. Tevens wordt de zaak verwezen naar de rechter-commissaris om een deskundige te benoemen die een nieuwe reconstructie zal uitvoeren, waarbij de specifieke vragen van de rechtbank als uitgangspunt dienen.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door een advocaat, en de rechtbank heeft de procedure conform de regels voortgezet. Het vonnis is gewezen door drie rechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen. De beslissing is genomen om het onderzoek te vervolgen en de zaak nader te onderzoeken met deskundige ondersteuning.

Uitkomst: De rechtbank beveelt hervatting van het onderzoek en benoeming van een deskundige voor een nieuwe reconstructie binnen drie maanden.

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden
Sector strafrecht
VONNIS
Uitspraak: 24 februari 2005
Parketnummer: 17/081182-04
Ad informandum gevoegd parketnummer 17/047293-04.
VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in P.I. Noord, gevangenis De Marwei, te Leeuwarden.
De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 14 februari 2005.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen.
TELASTELEGGING
Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.
BERAADSLAGING
De rechtbank is tijdens de beraadslaging tot het oordeel gekomen dat het onderzoek naar de feiten onvolledig is geweest. Naar aanleiding van het proces-verbaal van reconstructie vraagt de rechtbank zich het volgende af.
Getuige [naam getuige] heeft verklaard (bladzijde 66 tot en met 69 van het proces-verbaal) dat zij zag dat het slachtoffer op de buik lag, met de benen richting de flat en met het hoofd in de richting van het parkeerterrein. Bij de reconstructie is men uitgegaan van een bepaalde manier van vallen door het slachtoffer.
De rechtbank vraagt zich af of het slachtoffer door de manier van vallen, waarvan uitgegaan werd bij de uitgevoerde reconstructie, op de wijze zoals omschreven door getuige [naam getuige] op de grond terecht heeft kunnen komen. Mocht het antwoord op deze vraag ontkennend zijn, dan vraagt de rechtbank zich af op welke wijze het slachtoffer, in de situatie van de uitgevoerde reconstructie, op de grond terecht zou zijn gekomen en in welke positie zij dan op de grond zou hebben gelegen.
Gezien het bovenstaande acht de rechtbank het noodzakelijk een nieuwe reconstructie te laten uitvoeren waarbij de genoemde vragen onderzocht en beantwoord kunnen worden.
Hiertoe zal de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting hervatten en de zaak verwijzen naar de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde een deskundige te benoemen die de nieuwe reconstructie zal gaan uitvoeren.
Nu de algemene ervaring leert dat dit niet binnen één maand kan geschieden, zal de hervatting van het onderzoek plaats vinden binnen drie maanden na deze uitspraak.
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT
RECHTDOENDE:
Beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat op een nader te bepalen dag en uur, binnen 3 maanden na deze uitspraak.
Verwijst de zaak naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde een deskundige te benoemen die een nieuwe reconstructie uit zal gaan voeren waarbij de door de rechtbank gestelde vragen als uitgangspunt genomen worden.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Olthuis, voorzitter, mr. M. Brinksma en
mr. L.A.D. Lindenbergh, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 februari 2005.
Mr. Lindenbergh is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.