ECLI:NL:RBLEE:2005:AT3182
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens nalaten stuiting verjaring vorderingen
Eiser [B.] vordert schadevergoeding van advocaten [V.] en [S.] wegens beroepsfouten in de incasso van vorderingen op [W.] en Intereffect. [B.] stelde dat de advocaten nalieten de verjaringstermijnen tijdig te stuiten, waardoor zijn vorderingen verjaard raakten en afgewezen werden.
De rechtbank stelt vast dat advocaat [V.] in 1991 correct informeerde over een verjaringstermijn van 30 jaar, passend bij het toen geldende recht, en dat hem geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet informeren over latere wetswijzigingen. Advocaat [S.] nam het dossier in 1992 over en had moeten zorgen voor tijdige stuiting van de verjaring, wat hij naliet. De brief van 16 december 1992 werd ten onrechte als stuitingshandeling gezien.
De rechtbank oordeelt dat [S.] aansprakelijk is voor de schade door het niet stuiten van de verjaring van vordering A. Over de vorderingen B en C wordt nader bewijs gevraagd. De procedure wordt aangehouden voor aanvullende stukken en nadere toelichting over het contact tussen partijen in 1994. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat advocaat [S.] aansprakelijk is wegens het niet tijdig stuiten van de verjaring, terwijl advocaat [V.] geen beroepsfout heeft gemaakt; de zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en toelichting.