ECLI:NL:RBLEE:2005:AT6429

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
23 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/686
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 124 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 8:84 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongeldigverklaring vervangend rijbewijs wegens onjuiste gegevens bij aanvraag

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Lemsterland om het vervangend rijbewijs van verzoeker ongeldig te verklaren. Dit besluit is genomen omdat verzoeker bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt, namelijk dat zijn oude rijbewijs verloren was geraakt doordat het in het water bij een jachthaven viel, terwijl hij het oude rijbewijs in onderpand had gegeven aan een bedrijf.

De voorzieningenrechter stelt vast dat op grond van artikel 124 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs ongeldig verklaard moet worden indien het is afgegeven op basis van onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven als de onjuistheid bekend was geweest. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het vervangend rijbewijs wel terecht was verstrekt.

Hoewel verzoeker aangeeft het rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk en de gebeurtenissen betreurt, biedt de wet geen ruimte voor een belangenafweging. De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar ongegrond zal worden verklaard en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het vervangend rijbewijs wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 05/686
Inzake het geding tussen
[A], wonende te [B], verzoeker,
en
de burgemeester van Lemsterland, verweerder,
gemachtigde: R.E. Dommerholt, werkzaam bij verweerders gemeente.
1. Aanduiding van het besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Het besluit van verweerder van 26 april 2005, inhoudende de ongeldigverklaring van het op 10 maart 2005 aan verzoeker verstrekte vervangend rijbewijs.
2. Datum van de zitting
Het verzoek is behandeld ter zitting van 23 mei 2005. Verzoeker is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigde, vergezeld door R. Rorije, werkzaam op de afdeling Burgerzaken van verweerders gemeente.
3. De voorzieningenrechter sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak
a. De beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af.
b. De gronden van de beslissing
Voor het treffen van een voorlopige voorziening, zoals is gevraagd door verzoeker, is in beginsel aanleiding indien de voorzieningenrechter van oordeel is dat een tegen een besluit ingediend bezwaarschrift gegrond zal worden verklaard. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de hoofdzaak.
Ingevolge art. 124 lid 1 aanhef Pro en onder a van de Wegenverkeerswet 1994 wordt een rijbewijs ongeldig verklaard voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, indien het rijbewijs is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker bij zijn aanvraag van een vervangend rijbewijs heeft aangegeven dat zijn oude rijbewijs vermist is geraakt, doordat het bij de jachthaven te Woudsend in het water is gevallen. Gebleken is echter dat verzoeker zijn oude rijbewijs in onderpand heeft afgegeven aan een bedrijf in Bant. Daarmee staat vast dat verzoeker onjuiste gegevens heeft verschaft bij de aanvraag van zijn vervangend rijbewijs. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat het vervangend rijbewijs niet zou zijn afgegeven, indien verweerder van de onjuistheid van die gegevens op de hoogte zou zijn geweest.
Verweerder heeft gelet op het vorenstaande terecht besloten tot ongeldigverklaring van verzoekers rijbewijs.
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij de gebeurtenissen uit het verleden betreurt en dat hij zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk. Dit zijn echter geen redenen op grond waarvan verweerder de ongeldigverklaring achterwege had kunnen laten. De wet schrijft dwingend voor dat verweerder in een geval als het onderhavige tot ongeldigverklaring van het rijbewijs moet overgaan. Er is geen ruimte voor verweerder om een belangenafweging te maken en aldus rekening te houden met verzoekers belang bij behoud van zijn rijbewijs.
De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard zal worden. Er is dan ook geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Er is geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.
De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open staat.
De zitting wordt gesloten.
Waarvan proces-verbaal.
w.g. P.R.M. Poiesz , griffier
w.g. C.M. Telman, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op: 24 mei 2005