ECLI:NL:RBLEE:2005:AT7224
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.G. Leijten
- F. Sterkenburgh
- E.J. Stienstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schriftelijke pachtovereenkomst en afwijzing mondelinge pachtovereenkomsten
De rechtbank Leeuwarden behandelde een geschil tussen erfgenamen van een verpachter en een pachtster over de geldigheid van pachtovereenkomsten en de nakoming daarvan.
De schriftelijke pachtovereenkomst uit 1984 tussen de oorspronkelijke verpachter en de pachtster werd bevestigd als nog steeds geldig, omdat deze bij het verstrijken van de overeengekomen duur niet van rechtswege eindigt en geen opzegging is gegeven. De pachtkamer stelde vast dat slechts voor het perceel 197 een mondelinge pachtovereenkomst aannemelijk was, met een duur van zes jaar.
De overige door de pachtster gestelde mondelinge pachtovereenkomsten werden onvoldoende onderbouwd en afgewezen. De vorderingen van de erfgenamen tot ontbinding van de pachtovereenkomst wegens achterstallige pachtbetalingen, wanprestatie in onderhoud en niet-gebruik van het melkquotum werden eveneens afgewezen, omdat onvoldoende bewijs was geleverd en de pachtster voldoende onderhoud had verricht.
De rechtbank compenseerde de proceskosten in conventie en veroordeelde de erfgenamen in de kosten van de reconventie. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter-voorzitter Leijten en leden Sterkenburgh en Stienstra op 31 mei 2005.
Uitkomst: De schriftelijke pachtovereenkomst uit 1984 blijft van kracht en de vorderingen tot ontbinding en erkenning van mondelinge pachtovereenkomsten worden afgewezen.