ECLI:NL:RBLEE:2005:AT9536
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ziekteverzuim en verstoorde arbeidsrelatie niet verwijtbaar werkloosheid
Eiser was sinds 1999 werkzaam als bouwvakhelper bij een aannemingsbedrijf en werd eind oktober 2003 op non-actief gesteld vanwege veelvuldig ziekteverzuim en problemen binnen de werkgroep. De werkgever verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2004 wegens verschil van inzicht over de functie-invulling. De kantonrechter stemde hiermee in.
Eiser vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Het UWV stelde dat eiser onvoldoende verweer had gevoerd tegen het ontslagverzoek en dat de dienstbetrekking zonder gegronde bezwaren voortgezet had kunnen worden.
De rechtbank stelde vast dat het langdurige ziekteverzuim van eiser en de verstoorde relatie met collega’s de ontbinding rechtvaardigden. Er was geen passend werk beschikbaar en het voeren van verweer tegen het ontslag zou geen kans van slagen hebben gehad. Daarom was het verwijtbaar werkloos worden niet aannemelijk. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser niet verwijtbaar werkloos is geworden en vernietigt het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering.