ECLI:NL:RBLEE:2005:AT9748

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
19 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1083
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 8:67 AwbArt. 8:75 AwbArt. 6:13 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep tegen bouwvergunningen Sportstad Heerenveen

De Stichting Mobilisatie Heerenveen heeft bezwaar gemaakt tegen beschikkingen van de gemeente Heerenveen betreffende vrijstellingen en bouwvergunningen voor het project 'Sportstad Heerenveen'. Het college van burgemeester en wethouders verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk omdat de stichting niet als belanghebbende werd beschouwd.

De rechtbank Leeuwarden behandelde het geschil op 19 juli 2005 en overwoog dat het belang van de stichting niet rechtstreeks bij het besluit betrokken was. De statutaire doelstelling van de stichting was te algemeen geformuleerd om te kunnen spreken van een in het bijzonder behartigd belang zoals vereist in artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank verwierp het betoog van de stichting dat haar bestuursleden een rechtstreeks belang hadden, mede omdat het bezwaar niet namens hen was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep van Stichting Mobilisatie Heerenveen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende specifiek belang.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 04/1083
Inzake het geding tussen
de Stichting Mobilisatie Heerenveen en omstreken, gevestigd te Heerenveen, eiseres,
gemachtigde: C.L. Lammerts van Bueren, voorzitter,
en
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, verweerder,
gemachtigde: G. Haanstra, ambtenaar in dienst van verweerders gemeente.
1. Aanduiding van het besluit waarop het beroep betrekking heeft
Het besluit van verweerder van 7 september 2004, verzonden op 10 september 2004, waarbij het bezwaarschrift van eiseres van 26 mei 2004 tegen verweerders beschikkingen van 15 april 2004, 27 april 2004 en 26 mei 2004, betreffende de verlening van vrijstellingen en bouwvergunningen ten behoeve van het realiseren van “Sportstad Heerenveen”, niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Datum van de zitting
Het geding is behandeld ter zitting van de rechtbank, enkelvoudige kamer, op 19 juli 2005, waar partijen zich hebben laten vertegenwoordigen door hun bovengenoemde gemachtigden.
3. De rechtbank sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak
a. De beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.
b. De gronden van de beslissing
In navolging van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 november 2004, overweegt de rechtbank als volgt.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge het derde lid van dat artikel worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Blijkens haar statuten stelt eiseres zich tot doel:
- het bevorderen en het in stand houden van de leefbaarheid van Heerenveen en omgeving, ten behoeve van haar inwoners,
- het ondersteunen van de belangen van de inwoners van Heerenveen en omgeving met betrekking tot aspekten van milieu, landschapsinrichting, voorzieningen-niveau, bestuurlijk klimaat, ruimtelijke ordening, natuur, de vertegenwoordiging bij gerechtelijke en buiten gerechtelijke procedures en voorts al hetgeen met betrekking tot het vorenstaande verband houdt of daartoe direkt of indirekt bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.
Deze doelstelling is zodanig algemeen gesteld, dat niet staande kan worden gehouden dat sprake is van in het bijzonder behartigde belangen als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Verweerder heeft derhalve terecht geoordeeld dat eiseres niet geacht kan worden rechtstreeks in haar belang te zijn getroffen, als bedoeld in het eerste lid van dat artikel. Het bezwaarschrift van eiseres is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard bij het bestreden besluit. Het betoog van eiseres dat haar bestuursleden wel een rechtstreeks bij de onderhavige beschikkingen betrokken belang hebben, kan hier niet aan afdoen. Bovendien heeft eiseres uitsluitend op haar eigen naam bezwaar gemaakt en niet (mede) namens deze bestuursleden.
De rechtbank acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb een partij te veroordelen in de proceskosten.
De rechter deelt mee dat partijen en andere belanghebbenden tegen deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 juncto Pro 6:24 van de Awb. Degene die van dit rechtsmiddel gebruik wil maken, dient binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een beroepschrift te zenden aan:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag.
De zitting wordt gesloten.
Waarvan proces-verbaal.
mr. T.I. Schippers-Jetten, griffier
mr. E. de Witt, rechter
Afschrift verzonden op: 20 juli 2005