ECLI:NL:RBLEE:2005:AU0814
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende instemming kantonrechter voor werktijdregeling Arriva ondanks bezwaar ondernemingsraad
Arriva en haar ondernemingsraad (OR) zijn in geschil geraakt over de instemming met een nieuwe werktijdregeling die per 9 januari 2005 ingevoerd zou worden. De OR onthield haar instemming vanwege diverse bezwaren, waaronder het niet meenemen van tassentijd in op- en afstaptijden, onvoldoende pauzes, en te krappe rijtijden. Arriva verzocht daarop de kantonrechter om vervangende instemming op grond van artikel 27 lid 4 WOR Pro.
De kantonrechter oordeelde dat artikel 19 lid 2 van Pro de CAO OV een instemmingsrecht inhoudt en niet een bovenwettelijk overeenstemmingsrecht, waardoor de weg van vervangende instemming openstaat. Na zorgvuldige beoordeling van alle bezwaren van de OR, waaronder de discussie over tassentijd, pauzes, rijtijden en formatie, concludeerde de kantonrechter dat de OR niet in redelijkheid haar instemming kon onthouden.
Ook het verzoek van FNV Bondgenoten om Arriva te verbieden de werktijdregeling toe te passen werd afgewezen. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De kantonrechter verleende aldus vervangende toestemming aan Arriva voor de invoering van de werktijdregeling per 9 januari 2005.
Uitkomst: De kantonrechter verleent Arriva vervangende instemming voor de invoering van de werktijdregeling per 9 januari 2005.