ECLI:NL:RBLEE:2005:AU1377
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking ligplaatsvergunning woonschip
Verzoeker had een ligplaatsvergunning voor een woonschip die op 9 juli 1998 aan hem was verleend. Deze vergunning werd op 17 december 2004 door het college van burgemeester en wethouders ingetrokken en verleend aan een derde, omdat volgens verweerder de eigendom van het woonschip was overgegaan.
Verzoeker betwistte dit en stelde dat hij nog steeds eigenaar was, mede omdat hij de koopovereenkomst zou hebben ontbonden wegens niet betaling van een deel van de koopsom. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker onvoldoende bewijs leverde voor zijn eigendom en ontbinding, mede vanwege onduidelijke verklaringen en het ontbreken van concrete aanwijzingen.
Verder werd overwogen dat het gebruik van het schip en het betalen van verzekeringspremies door verzoeker niet tot een ander oordeel leiden. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het bezwaar naar verwachting ongegrond zal worden verklaard. Ook werd geoordeeld dat het besluit voldoende was gemotiveerd en dat verzoeker vooraf was gehoord.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter C.H. de Groot op 18 januari 2005 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de intrekking van de ligplaatsvergunning wordt afgewezen.