ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3172
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek kosten levensonderhoud studerende dochter in inkomstenbelasting 2002
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 waarin de Belastingdienst slechts een deel van zijn opgevoerde kosten voor levensonderhoud van zijn studerende dochter als persoonsgebonden aftrek heeft toegelaten. De dochter studeerde theaterwetenschappen, ontving geen kinderbijslag of studiefinanciering, en woonde in een flatje dat eigendom was van eiser, waarvoor zij geen huur betaalde.
Eiser stelde dat hij naast directe betalingen ook een fictieve huur van € 2.700,-- moest mogen rekenen als bijdrage aan de kosten van levensonderhoud. De Belastingdienst betwistte dit en stelde dat de dochter een persoonlijk recht van gebruik had en er geen sprake was van daadwerkelijke kosten voor eiser.
De rechtbank oordeelde dat de fictieve huur niet tot aftrek kan leiden omdat er geen daadwerkelijke financiële lasten voor eiser zijn. Verder was de bijdrage van eiser onvoldoende om de verhoogde aftrek toe te kennen, mede gelet op het netto loon van de dochter. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.