ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3733
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-profielbepaling na veroordeling voor eenvoudige mishandeling
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 14 september 2005 een bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel. De veroordeelde was door de kinderrechter veroordeeld tot een werkstraf wegens eenvoudige mishandeling. Hij stelde dat zijn veroordeling niet viel onder de doelstelling van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, omdat het geen ernstig delict betrof.
De rechtbank oordeelde dat artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht, in combinatie met artikel 77h, eerste lid onder a, uitdrukkelijk is aangewezen als grondslag voor DNA-afname. De rechtbank verwierp het verweer dat het delict te licht was en dat bijzondere omstandigheden, zoals een uit de hand gelopen onenigheid tussen vrienden, tot uitzondering konden leiden.
De rechtbank concludeerde dat de uitzonderingsbepaling in artikel 2 lid 1 sub b van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet van toepassing was, omdat deze ziet op misdrijven waarbij geen celmateriaal kan worden achtergelaten of waarbij het onderzoeksbelang ontbreekt. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.