ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5339
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting en intrekking vergunning coffeeshop op grond van Opiumwet en gemeentelijk beleid
Eisers exploiteerden sinds 1995 een coffeeshop buiten het door de gemeente aangewezen concentratiegebied binnen de stadsgrachten. De gemeente stelde een nieuw coffeeshopbeleid vast waarbij softdrugsverkoop buiten dit gebied niet langer werd gedoogd. Na het vervallen van de gedoogverklaring constateerde de politie meerdere keren de aanwezigheid van softdrugs in de coffeeshop, waarop de burgemeester bestuursdwang toepaste en de exploitatievergunning introk.
Eisers voerden aan dat zij ongelijk werden behandeld ten opzichte van andere coffeeshops, dat zij door de gemeente werden tegengewerkt bij het vinden van een nieuwe locatie, en dat de termijn van drie jaar voor verplaatsing onaanvaardbaar was. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ongelijke behandeling, dat het beleid niet kennelijk onredelijk was, en dat de belangenafweging van de gemeente rechtvaardig was.
De rechtbank stelde vast dat de hoeveelheid softdrugs als handelsvoorraad kon worden aangemerkt en dat bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet terecht was toegepast. Ook de intrekking van de exploitatievergunning werd als redelijk beoordeeld vanwege de overtredingen en het te beschermen woon- en leefklimaat. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting en intrekking van de exploitatievergunning van de coffeeshop.